1. Vet is een orgaan en bij obesitas is dit orgaan ziek
Hoewel veel mensen vet zien als iets passiefs, is vetweefsel in werkelijkheid een actief en complex orgaan. Prof. dr. Liesbeth van Rossum: ‘Vet maakt tientallen hormonen aan. Deze hormonen communiceren met je hersenen en spelen een belangrijke rol bij je hongergevoel, je verzadiging, je metabolisme, je immuunsysteem en zelfs je vruchtbaarheid.’ Voorbeelden zijn het darmhormoon GLP-1 en het vethormoon leptine, beide stoffen verminderen de eetlust.
Bij obesitas ontstaat er een chronische ontsteking van het vet-orgaan, waardoor de hormoonproductie wordt verstoord. ‘Ontstekingsstoffen circuleren door het lichaam. Tal van darm- en vethormonen raken verstoord, waardoor deze niet goed meer communiceren met het brein en andere organen’, zegt Van Rossum. ‘Zo is de werking van GLP-1 en leptine verstoord, waardoor veel mensen met obesitas de hele dag ‘food noise’ ervaren: een voortdurend aanwezige trek waar ze steeds weerstand tegen moet bieden.’
2. Zodra je begint met afvallen, werkt je lichaam je tegen
Bijna iedereen kent het ‘jojo-effect’: je valt kilo’s af, maar die komen er ook net zo snel weer bij. Maar wist je ook dat hier niet alleen gedragsmatige, maar ook biologische verklaringen voor zijn? Zodra iemand met obesitas gewicht verliest, gebeurt er iets in het lichaam wat het afvallen moeilijker maakt. ‘Je lichaam gaat als het ware in de tegenstand. Er worden biologische mechanismen in gang gezet die zorgen dat je meer hongerhormonen aanmaakt, minder verzadigingshormonen hebt en dat je rustverbranding daalt. Het netto-effect is dat je veel meer trek hebt’, aldus van Rossum.
‘De ontstekingsstoffen komen ook in het brein terecht, waar ze kunnen bijdragen aan angst en depressie.’
Wanneer je afvalt, verlies je vetmassa én spiermassa. ‘Als je dertig kilo kwijt bent, hoef je dertig kilo minder gewicht mee te sjouwen, dus verbrand je ook minder. Daarnaast raak je spiermassa kwijt en spiermassa draagt bij aan de rustverbranding.’ Onderzoek laat bovendien nieuwe aanwijzingen zien dat vetcellen een soort geheugen hebben: ze lijken te ‘weten’ hoe groot ze vroeger waren en willen daar weer naartoe terugkeren.
Na gewichtsverlies hebben mensen met obesitas meer beweging nodig dan iemand zonder obesitas om op het gezondere gewicht te blijven. Waar de algemene beweegrichtlijn 150 minuten matig intensief bewegen per week is, moeten mensen die flink zijn afgevallen eerder richting de 200 tot 300 minuten, plus twee 2 per week spierversterkende training.
3. Obesitas heeft vele oorzaken en leefstijl is er maar één van
Als het gaat om de oorzaak van obesitas wordt er vaak gedacht aan leefstijl: als je ongezond eet en te weinig beweegt, krijg je obesitas. Maar onderzoek wijst uit dat bij verreweg de meeste mensen met obesitas twee of meer andere oorzaken een rol spelen. ‘Leefstijl is belangrijk, maar het is slechts één onderdeel van een groter geheel.’
Mogelijke individuele oorzaken worden onderverdeeld in zeven hoofdcategorieën: leefstijl, sociaaleconomisch, psychisch, medicatie, hormonaal, hypothalaam (schade aan de hersenen) en genetisch. Zo kunnen hormonale aandoeningen zoals PCOS, een trage schildklier of de overgang een belangrijke rol spelen. Maar daarnaast gebruiken ook miljoenen Nederlanders medicijnen die het gewicht kunnen laten stijgen. Denk aan corticosteroïden, antidepressiva, antipsychotica en sommige middelen tegen een hoge bloeddruk. ‘Meer dan de helft van de mensen met obesitas gebruikt een medicijn dat mogelijk gewicht verhogend werkt.’
Onze leefomgeving is een belangrijke maatschappelijke oorzaak: een overvloed aan ultrabewerkte voeding, grote porties en overal verleidingen. ‘De voedselomgeving is de afgelopen decennia compleet veranderd’, zegt Van Rossum. ‘Dat maakt het voor iedereen lastig om gezond te eten, maar voor mensen die aanleg hebben voor overgewicht is dit extra schadelijk.’
4. Veertig tot zeventig procent van je gewicht is genetisch bepaald
Waar vaak nog wordt gedacht dat overgewicht vooral een kwestie van gedrag is, toont onderzoek aan dat het slechts een deel van het probleem is. Gewicht is namelijk voor een deel genetisch bepaald. ‘Bij lengte vindt niemand het vreemd. Als twee ouders lang zijn, verwacht iedereen dat hun kind ook lang zal zijn. Maar precies hetzelfde geldt voor gewicht. Genen bepalen voor zo’n veertig tot zeventig procent hoe zwaar je bent.’
Dit betekent dat de één van nature veel gevoeliger is voor gewichtstoename dan de ander. Van Rossum: ‘Sommige mensen moeten levenslang veel harder werken om op een gezond gewicht te blijven. Terwijl anderen, die soms zelf niet eens zo gezond leven, toch slank blijven dankzij een gunstig genenpakket.’
‘Sommige mensen moeten levenslang veel harder werken om op een gezond gewicht te blijven.’
Daarnaast heeft een paar procent van de mensen met obesitas een genetische aandoening die obesitas veroorzaakt. Deze mensen zijn bijvoorbeeld ongevoelig voor het hongerhormoon leptine, waardoor ze nooit een gevoel van verzadiging ervaren. Ze ontwikkelen vaak al obesitas vanaf de zeer jonge kinderleeftijd, terwijl de rest van hun familie geen obesitas heeft. ‘We dachten altijd dat dit heel zeldzaam was, maar het wordt nu veel vaker herkend.’
5. Obesitas kan veel andere ziektes veroorzaken, waaronder dertien verschillende vormen van kanker
Obesitas is niet alleen een ziekte op zichzelf. Het werkt ook als een soort ‘poort’ naar andere aandoeningen. Veel mensen kennen de relatie tussen obesitas en diabetes type 2 of hart- en vaatziekten, maar de lijst is veel langer. Het kan ook leiden tot dertien verschillende vormen van kanker, vruchtbaarheidsproblemen, mentale aandoeningen en het verergert bijna alle chronische ziekten.
Van de dertien vormen van kanker komen vooral darmkanker en borstkanker na de overgang vaker voor bij mensen met obesitas. ‘Dit zijn vormen van kanker die nu steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, waarschijnlijk door de toename van obesitas’, vertelt van Rossum. ‘Dus dat maakt het nog zorgelijker dat obesitas steeds vaker voorkomt.’
Deze obesitas-gerelateerde ziekten hangen samen met het zieke en verstoorde vetweefsel. Bij obesitas is het vetweefsel chronisch licht ontstoken, waardoor er ontstekingsstoffen door het lichaam circuleren. Deze ontstekingsstoffen beïnvloeden allerlei organen. ‘De ontstekingsstoffen komen ook in het brein terecht, waar ze voor angst en depressie kunnen zorgen. Het is dus niet zo dat mensen met obesitas alleen angstig en depressief kunnen worden door de stigma’s over obesitas in de samenleving, maar er is ook een fysieke relatie.’
Meer weten over obesitas? Van Rossum scheef samen met obesitas-arts en onderzoeker Mariëtte Boon, ook werkzaam in het Erasmus MC, het boek Vet Belangrijk 2.0.
Preventie
Preventie helpt mensen langer en gezonder te leven. Met onze kennis over het voorkomen van ziektes en het verbeteren van de gezondheid, biedt het Erasmus MC objectieve informatie aan overheden, beleidsmakers en de preventiepraktijk. Zo nemen we verantwoordelijkheid voor een gezonder mens in een gezonde omgeving. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.