Dit soort uitbraken laat duidelijk zien waar systemen goed werken en waar verbetering nodig is in de voorbereiding op nieuwe uitbraken. Tegelijk maken ze duidelijk hoe ingewikkeld het bestrijden van infectieziekten kan zijn in een wereld waarin mensen veel en ver reizen, zoals bij deze uitbraak van het Andesvirus. Deze en andere lessen zijn beschreven in The Lancet Regional Health – Europe.
Uitbraak op zee
De uitbraak op cruiseschip de Hondius begon waarschijnlijk bij één besmette passagier die eerder in Zuid-Amerika was geweest. Cruiseschepen zijn een gunstige omgeving voor virusverspreiding. Mensen leven dicht op elkaar, delen ruimtes en hebben vaak langdurig contact. Daardoor kan een virus zich sneller verspreiden dan bijvoorbeeld in een gewone woonomgeving.
Andesvirus
Het Andesvirus is een zeldzaam virus dat hoort bij de hantavirussen. Deze virussen komen normaal voor bij knaagdieren en kunnen soms overspringen op mensen, bijvoorbeeld via besmette uitwerpselen. Wat het Andesvirus bijzonder maakt ten opzichte van andere hantavirussen, is dat het in sommige gevallen ook van mens op mens kan worden overgedragen bij nauw en langdurig contact. In Zuid-Amerika, waar het virus voorkomt, raken jaarlijks enkele tientallen tot honderden mensen besmet. De ziekte kan ernstig zijn en een op de drie patiënten overlijdt, maar de verspreiding blijft meestal beperkt tot kleine groepen.
Late diagnose
‘Wat deze situatie extra lastig maakte, was de lange incubatietijd van het virus. Mensen kunnen pas weken na besmetting ziek worden. Hierdoor worden nieuwe gevallen vaak pas laat herkend’, legt Koopmans van de afdeling Viroscience van Erasmus MC uit. In dit geval duurde het ook lang voordat duidelijk werd dat het om het Andesvirus ging. ‘Ten eerste was het schip op volle zee toen de eerste passagiers ziek werden. Zelfs als iemand snel in een ziekenhuis komt, wordt niet direct op het hantavirus getest, omdat het virus buiten Zuid-Amerika weinig voorkomt. Veel ziekenhuizen kijken eerst naar bekendere oorzaken van ziekte.’
Dat de passagiers uit 23 verschillende landen kwamen, was ook een complicerende factor. Dat betekende dat veel nationale gezondheidsdiensten betrokken raakten, waardoor internationale samenwerking noodzakelijk was. Organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hielpen om informatie te delen en de aanpak te coördineren. ‘Toch bleek, net als bij COVID-19, dat landen verschillend omgaan met dit soort infecties en de maatregelen die daarbij horen. Dat maakt het lastiger om snel en eenduidig te adviseren.’
Infodemie
Naast de medische en logistieke uitdagingen speelde communicatie een grote rol. Al snel verspreidden zich online berichten die niet klopten of sterk overdreven waren. Er was sprake van een zogenoemde ‘infodemie’, die de bestrijding van een uitbraak kan bemoeilijken. Mensen krijgen tegenstrijdige informatie en vertrouwen minder snel op adviezen van experts. Tegelijkertijd verandert wetenschappelijke kennis tijdens een uitbraak voortdurend, wat het moeilijk maakt om direct duidelijke antwoorden te geven.
Leerpunten
Om beter voorbereid te zijn op toekomstige uitbraken, zijn verschillende verbeteringen nodig. Zo is het belangrijk om nieuwe virussen eerder op te sporen, bijvoorbeeld door beter toezicht bij dieren, mensen en in de omgeving van risicogebieden. Door signalen vroeg te herkennen, kunnen maatregelen worden genomen voordat een uitbraak zich verder verspreidt.
Ook kan beter toezicht op plekken waar veel mensen reizen, zoals cruiseschepen, luchthavens en zeehavens, helpen om uitbraken sneller op te sporen. Daarnaast moeten landen blijven investeren in snelle diagnostiek, goed contactonderzoek en een sterke publieke gezondheidszorg. Nieuwe technologie kan daarbij helpen.
Er is meer structureel onderzoek nodig naar vaccins, behandelingen en diagnostische testen voor zeldzame virussen. Juist omdat deze infecties weinig voorkomen, zijn er vaak nog geen middelen beschikbaar als zich onverwacht een uitbraak voordoet. ‘Nu komt financiering voor onderzoek naar behandelingen vaak pas beschikbaar nadat een uitbraak heeft plaatsgevonden’, vertelt Koopmans. ‘Daardoor loop je per definitie achter de feiten aan. Ook bij het versterken van de paraatheid ligt de nadruk vaak op wat je doet ná een uitbraak. Het kennis- en innovatiedeel waarop uitbraakbestrijding kan steunen, wordt daarbij vaak vergeten.’
Vaker oefenen
Internationale samenwerking is daarbij essentieel. Landen moeten informatie blijven delen en hun aanpak beter op elkaar afstemmen. Ook kunnen zij vaker samen oefenen hoe zij reageren op een internationale uitbraak. Zulke oefeningen maken duidelijk waar knelpunten zitten en helpen om in een echte noodsituatie sneller en effectiever samen te werken.

Tot slot is duidelijke communicatie belangrijk. Tijdens uitbraken verspreiden onjuiste en misleidende berichten zich vaak snel. Het versterken van wetenschapscommunicatie, betrouwbare publieksvoorlichting en een goede coördinatie van informatievoorziening moet daarom wat Koopmans betreft een vast onderdeel zijn van de voorbereiding op epidemieën en pandemieën. ‘Dat helpt om vertrouwen van mensen te behouden en zorgt ervoor dat ze beter weten wat zij wel en niet moeten doen.’
Bijzondere rol Nederland
Omdat het schip onder Nederlandse vlag voer, had Nederland onder coördinatie van het RIVM de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat alle passagiers toegang kregen tot de juiste expertise en een passende publieke gezondheidsaanpak. Erasmus MC was hierbij betrokken als nationaal en WHO-referentiecentrum voor dit soort infecties, als een van de mogelijke behandelcentra en vanwege het onderzoek van het Pandemic & Disaster Preparedness Center in samenwerking met het Havenbedrijf en de GGD. ‘Dat laat zien dat zelfs bij een kleine uitbraak direct veel partijen betrokken zijn, ook buiten de publieke gezondheid. Daarmee is zo’n uitbraak opnieuw een oefening in beter voorbereid zijn’, aldus Koopmans.
Gezondheidsbedreigingen
De focus van het Erasmus MC op vroege diagnostiek, bevolkingsonderzoek en populatiestudies zorgt ervoor dat we snel kunnen reageren op gezondheidsbedreigingen door klimaatverandering, globalisering en leefstijl. We onderzoeken effectieve maatregelen om gezondheidseffecten te voorkomen en te beperken. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.